Klankatlas

Kaspar König – The River Tells The Story

Kaspar König over de stuwdam van Borgharen

De stuw van Borgharen, een kerkdorp aan de Noordzijde van de gemeente Maastricht, maakte deel uit van de kanalisatiewerkzaamheden die in het begin van de vorige eeuw werden uitgevoerd om de economisch zo belangrijke functie van de rivier de Maas als slagader en transportroute te verbeteren.

Nadat onderhandelingen met België omtrent een gezamenlijk aanpak op niets waren uitgelopen, stak men aan Nederlandse zijde alleen de schop in de grond en legde het Julianakanaal aan. De stuw kwam in een bestaand rivierbed, om het waterniveau stroomopwaarts, bij de ingang van het nieuwe kanaal, te verhogen.
De aanleg begon in 1925.
In 1929 was de stuw gereed.
Vele decennia later, als jongetje van een jaar of zeven, verhuisde Kaspar König met zijn ouders van het centrum van Maastricht naar het buiten van Borgharen.

K.K. – ‘Toen kwam dus die stuw in mijn leven. En zoiets moet je niet onderschatten. Dat is natuurlijk iets geweldigs. Vanuit het venster keek ik altijd naar de stuw, ook als ik piano speelde… Ik moest dan wel mijn hoofd een kwartslag draaien. Maar, zoals ik eerder al in een korte tekst over mijn bijdrage aan de Klankatlas beschreef: die stuw, met al dat water, het was een ongelofelijke inspiratie; het was als een onuitputtelijke stroom van noten, waarop ik me kon laten meedrijven. 
Je had toentertijd een Nederlandse band die erg populair was, en ‘De Dijk’ heette. Dus toen ik een jaar of veertien was, noemde ik mijn eerste bandje ‘De Stuw’. 
We zijn er ook een keer overheen gelopen, over de stuw, ik denk op een Monumentendag of bij een vergelijkbare gelegenheid, want normaal gesproken kan dat niet. Ook dat was heel bijzonder, want dat is een hele korte en directe verbinding naar het Bosscherveld. Om daar te komen vanaf het punt waar wij in Borgharen woonden moest je anders een ongelofelijke omweg maken.’
‘Rondom zo’n waterbouwkundig werk zijn er natuurlijk altijd legio aan heel ondoorzichtige politieke steekspelen. Zo is er geloof ik nog steeds een waterkrachtcentrale gepland, hoewel die ruim dertig keer duurder is dan een setje windmolens dat een vergelijkbaar rendement levert. Bovendien gaat die waterkrachtcentrale drie maanden per jaar op non-actief, omdat dan de vissen stroomopwaarts moeten kunnen zwemmen; en dat kunnen ze eigenlijk pas sinds aan de Westzijde van de stuw een zogenaamde vistrap is aangelegd, waarbij het verval van de stuw over een lengte van 70, misschien wel van 100 meter, tot vissenstapjes van 10 cm is verkleind. Daar komt dan nog eens vissenteller bij, en een vangnet voor gezondheidscontrole van de diertjes, nou ja, enzovoorts. Ook die vistrap is natuurlijk heel erg een politiek ding. Een ding dat dan wel 3 miljoen heeft gekost. Zo’n bedrag voor een paar vissen die daar dan vrolijk omhoog kunnen springen, dat is ergens natuurlijk buiten iedere verhouding.’

Je stuk heet ‘The River Tells the Story’. Het is een drieluik waarin je drie ‘staten’ van dat plekje bij de stuw van Borgharen verklankt: een vroeger, een nu en een later…

K.K. – ‘In het soundscape wilde ik de rivier het verleden met de toekomst laten verbinden. Vanaf, zeg, zo rond 1850, en dan in stappen van honderd jaar de toekomst in. In het begin was er weinig meer was dan wat natuur, zo stelde ik me dat voor. Een beetje bos. Er was een boerderij in Borgharen. En een kasteel. Maar verder was er niks. Zeker nog geen stuw. Een moeilijk begaanbaar paadje door de rivier misschien. Of een wankel bruggetje. Er was nog geen kanaal, en niks van dat drukke scheepsverkeer. Maar langzamerhand, één voor één, komen al die dingen dan ter sprake. En beetje bij beetje wordt het hele boeltje ingericht en wordt de natuur, bij wijze van spreken, rechtgetrokken, naar het heden van de vistrap toe, met sirenes, motorengeluiden, generatorengeluiden en andere urbaniserende klanken die de rivier af komen drijven. Overal komen er fabrieken te staan. En je voelt het continue van die transformatie. Daar komt ook geen einde aan.’

‘Het wordt steeds meer hi-tech in geluid, en van een soort van heden verglijden we in een nieuw, futuristisch klanklandschap. De klokjes en de belletjes van de natuur worden steeds abstracter. Het is dan bijna alsof natuur iets is dat pas ná de stad komt, als in een soort omkering van de geschiedenis. Je kunt je dan ook voorstellen dat Borgharen over 500 jaar zijn eigen downtown heeft, met een heel netwerk van metrostations en 15 Chinese supermarkten, en dat je dan midden in de SUBBORG in de file staat te toeteren, in plaats van midden in het veld…’

Hoe belangrijk is het voor je dat mensen het verhaal kennen – of herkennen – als ze naar je stuk luisteren?

K.K. – ‘Ik hoop eigenlijk dat iedereen er zijn eigen fantasie bij heeft. Dat iedereen zelf al die landschappen door zijn kop laat gaan, en zich een eigen beeld vormt van hoe het er hier in de toekomst uit gaat zien, als die waterkrachtcentrale er staat, en hoe daar dan weer een grote parkeerplaats bij moet komen, dat die vistrap er nog omheen gebouwd word, enzovoorts. En wat er al niet nog allemaal aan beelden kan ontstaan. Massale teelt van groente en fruit, gestapelde kassen, parkeergarages vol met bloemen en planten… dat zie ik er allemaal gebeuren. Maar voor jou is dat misschien weer anders. Het letterlijke verhaal is daarbij niet zo van belang. Wat mij voor ogen stond is iets als een prentenboek, waar je doorheen bladert, maar waarbij je iedere keer andere beelden ziet. Dat is waar het mij om te doen is. En natuurlijk zijn rivieren altijd een beeld voor verhalen. De rivier neemt de verhalen letterlijk mee van de ene plek naar de andere.  Daar zit een beetje de gedachte achter dat ook water een memory, heeft. Wat is het geheugen van water? Is het misschien wel echt zo dat er informatie in het water zit dat ons allemaal beheert, omdat we het drinken, en het overal om ons heen hebben? En tenslotte vind ik dat ook een goed verhaal bij uitstek werkt als een rivier.’

‘Maar het centrale idee is dat van de transformatie. Je kent het gezegde wel, dat in Maastricht veel wordt gebruikt: ‘Er zal nog heel wat water door de Maas moeten, voordat dit of dat, zus of zo, gaat gebeuren’. Dat heeft iets van: ‘het zal mijn tijd wel duren’, en zeker in het Zuiden duurt het nog altijd wel even voor er iets verandert. Maar veranderen doet het uiteindelijk toch. Die transformatie komt er. Want op een goed moment is al dat water toch écht door die Maas heen.’

‘De presentatie van ‘The River Tells The Story’ vond plaats op de plek die de spil is in het stuk: de stuw van Borgharen. In de klankcompositie zelf gebruik ik naast field recordings die ik bij de stuw maakte (dat zijn vooral veel watergeluiden), opnames die van heel verschillende locaties komen, van belletjes en klokken in de Alpen tot de metro in Den Haag. Maar op de dag van de presentatie werd het stuk dus buiten afgespeeld bij de stuw. En er waren die dag juist heel veel baggerwerkzaamheden bij de stuw. En zo kwamen er ineens heel veel nieuwe geluiden bij, de geluiden van die dag. Dat was wel een heel bijzonder prettig toeval, dat de plek op die manier verdubbelde: in de compositie en in het echt. Dat ging heel goed samen…’

Je zou het stuk misschien in de toekomst alleen maar op de stuw in Borgharen moeten laten horen. Want zo’n gelukkig toeval, dat laat je natuurlijk liever niet lopen.

K.K. – ‘Ja. Maar dat is natuurlijk achteraf, want zo was het niet afgesproken. Het zou wel een hele mooie Bedingung zijn.’

Iets vergelijkbaars geldt waarschijnlijk ook voor een aantal van de andere Klankatlasstukken. Een mogelijk compromis is het dan misschien om met een zekere regelmaat iets als een Klankatlasdag of een Klankatlasroute te organiseren, waarbij die stukken dan – letterlijk – op hun plek vallen.

K.K. – ‘Dat zou wel helemaal te gek zijn. Ik vind het sowieso mooi om ernaar te streven om het stuk in ieder geval nog een keer op die plek af te spelen. Dat verlangen krijg ik wel, nu we er hier zo over zitten te praten. En dan zou het natuurlijk helemaal mooi zijn als het ook écht over de Maas heen zou kunnen worden gespeeld. Want de stuw werkt als een luidspreker voor Borgharen. Als André Rieu op het Vrijthof speelt, of als er een of ander event is in de Geusselt, dan klinkt dat in Borgharen alsof het van de Maas komt.’

Dat is interessant. Misschien is dat wel een heel reëel akoestisch effect. Misschien dat de Maas door reflectie via het wateroppervlak op een of andere manier op dat stukje als een geluidstunnel werkt? Een sound pipe?

K.K. – ‘Maar of het door de bocht gaat? Want er zit natuurlijk wel een bocht in… Hoe dan ook, het is een feit dat de keren dat Conny Schneider in buurt van het Rondeel en bij het Landbouwbelang langs de Maas op haar saxofoon zat te oefenen, mijn ouders in Borgharen die saxofoon konden horen. Dat hebben we uitgezocht. Mijn ouders zeiden: ‘Wij horen af en toe een saxofoon’ En dat was Conny die bij het Landbouwbelang stond te oefenen. Het zou een mooi experiment zijn, dat de moeite van het uitvoeren waard is, om te onderzoeken hoe geluid van rond de Maas in Maastricht over de rivier wordt geleid. Het zou heel goed kunnen dat, als we ‘The River Tells The Story’ op bescheiden volume via een setje luidsprekers onder de Noorderbrug afspelen, het stuk bij de stuw in Borgharen prima te beluisteren is.’

‘Je moet daar dan natuurlijk wel meteen een wederkerend evenement van maken. Zoiets als een ‘Dag van de Rivier’, of beter nog: een jaarlijkse ‘Dag van het Geluid van de Rivier’, waarbij er van alles wat je maar kunt bedenken met fanfares, koren, orkesten en geluiden op en over de Maas heen in praktijk wordt gebracht. Op die manier transformeer je een akoestische fenomeen gelijk naar een toeristische attractie.’

Harold Schellinx

Reageren

Laat ons weten wat je denkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste, en plaats een reactie

Artikel delen

t
f

Meer informatie

Gerelateerd klankpunt

The river tells the story

Meer van Kaspar König