Klankatlas

Hopelijk gaan mensen anders naar alledaagsheid luisteren

Els Viaene over haar soundscape Drawing Of A Landscape (2011)

Els Viaene was meteen gefascineerd door de exotische naam van de locatie die ze later zou verklanken in een iets meer dan vijftien minuten durende soundscape voor de Limburgse Klankatlas: de ‘Lommelse Sahara’. Wat heeft zo’n zandvlakte nu in Noord-Limburg te zoeken, kan u zich inderdaad afvragen. De plek, die vandaag een natuurgebied herbergt, is echter (en misschien ook wel gelukkig) geen natuurlijk fenomeen, maar het gevolg van industriële activiteit. Jarenlang werd hier zand ontgonnen, dat moest dienen als grondstof voor de fabricage van glas.

l
r

Els Viaene: Via geluid wilde ik teruggaan in de tijd, de geschiedenis van de Lommelse Sahara – een vreemde zandvlakte – door klank benaderen. Vandaag is het een natuurgebied, maar dit is er niet altijd geweest. De huidige situatie is het gevolg van menselijke activiteit: de zandontginning die gebeurde in functie van de glasindustrie. De klankenwereld die bij dat wordingsproces hoort, verwijst dus ook naar deze plek. Ook al zijn de daarmee samenhangende geluiden niet in het landschap te horen, ze hebben het gemaakt tot wat het is. Dat wil zeggen: op het moment dat er geen zand meer te ontginnen viel, waren de industriëlen verplicht een andere bestemming aan de zone te geven. En dat is natuurgebied geworden.

Hoe doe je dat concreet, die verschillende fases verklanken?

Els Viaene: Ik heb de geschiedenis opgedeeld in drie momenten. Zand vormt daarbij de verbindende factor, de rode draad, zeg maar. Ten eerste is er natuurlijk de zandontginning, waar het hele proces van het glas maken mee begint. Om dat te kunnen vastleggen, ben ik meegevaren met een baggerboot. Daar heb ik gezien en gehoord hoe het zand losgemaakt wordt en via een ondergronds buizensysteem samen met water naar een opslagplaats gestuwd wordt. Ik had uiteraard opnameapparatuur bij. Met een microfoon kan je echt, als met een camera, inzoomen op geluiden. In het geval van het baggeren kan dat bijvoorbeeld het gebrom van de motor van de boot zijn, zand dat verplaatst wordt of het geklots van het water tegen de boot.

Ten tweede is er het eigenlijke productieproces van glas, wat tegenwoordig standaard in fabrieken gebeurt, met bijhorende machinegeluiden. Daarnaar was ik niet meteen op zoek, ik wilde eerder dicht bij de materie van het glas blijven en de specifieke processen die bijna op een chemisch niveau met de vorming, het ontstaan ervan gepaard gaan. Daarom heb ik het Glashuis bezocht, waar nog op ambachtelijke wijze met het materiaal wordt omgegaan. Er staat een oven waarin glassplinters gesmolten worden en een hete brij vormen, die vervolgens met een klassieke blaaspijp omgevormd wordt tot glazen objecten. De daarmee verbonden klankenwereld bestaat onder andere uit het heerlijke geluid van knetterende kolen en het gesis van het water waarin de gloeiende glazen volumes worden ondergedompeld om af te koelen.

De derde fase of laag is het natuurgebied zelf, de Lommelse Sahara. Auditief gezien is dat natuurlijk ook een zeer specifieke ruimte, die gekenmerkt wordt door vogelgeluiden en het ruisen van wind. Wat me opviel toen ik er veldopnames maakte, is de voortdurende auditieve confrontatie met het geluid van het razende verkeer. Zeer vermoeiend, die akoestische pollutie.

Op welke manier ga je met die drie fases om in je werk? Wilde je met de gevonden klanken een specifiek verhaal vertellen?

Els Viaene: Als ik een dergelijk historisch of ruimtelijk gegeven als uitgangspunt voor mijn muziek gebruik, is het eigenlijk nooit mijn bedoeling om een auditieve beschrijving te componeren of een geschiedenis letterlijk met klanken te vertellen. Er moet eerder een soort coherentie tussen klanken ontstaan. Dat kan bijvoorbeeld door een bepaalde gemeenschappelijke achtergrond of een verhaal. Dat vormt dan het conceptuele uitgangspunt en zorgt voor een coherente materiaalafbakening. In dit geval was dat een plek, een daar opvallend aanwezige landschapscomponent en de industriële omgang daarmee: natuurgebied, zand en glas.

Hoe ontstaat de grotere vorm van je compositie precies? Bestaat die al vooraf, of leid je ze af uit het materiaal van de opnames?

Els Viaene: Als ik veldopnames maak, breng ik niet enkel muzikaal materiaal mee naar huis maar ook de impressie die de plek die ik akoestisch onderzocht heb, op me gemaakt heeft. De indruk die zo een sfeer op me nalaat wordt natuurlijk niet alleen bepaald door auditieve gebeurtenissen, maar bijvoorbeeld ook door het landschap, de ruimtelijke ervaring. Die stuurt daarna mijn intuïtie bij het concipiëren van het muzikale verloop. Onbewust wordt de herinnering een soort van partituur.

Met de muzikale structuur ga ik eigenlijk niet zo analytisch om. Misschien ligt het eraan dat ik geen klassieke muzikale opleiding heb gevolgd. Laat me een voorbeeld geven. Toen ik opnames aan het maken was voor de klankatlas, maakte vooral de baggerboot een sterke indruk op me: de drone van geronk die door de motor gemaakt wordt en constant aanwezig is – en dan treden de buizen in werking om het zand weg te zuigen. Dat zijn intense, complexe geluiden die voor mij een zeer sterke akoestische energie in zich dragen. Dat energetische vormt zowat de grondstroom, de muzikale basisidee voor deze compositie.

Je vertelde net over de totale indruk die de plek waar je opnames maakt bij je nalaat. Mis je dan de visuele component  – die toch ook duidelijk deel uitmaakt van de sfeer – niet in het werk dat je maakt?

Els Viaene: Nee, zeker niet. Ik vind dat net de sterkte van klank, dat ze geen beelden nodig heeft en zelfs een leegte creëert die de verbeelding van de luisteraar kan invullen met een nieuwe visuele ruimte. Dat vormt voor mij de extra dimensie, die ik als maker niet ontwerp maar wel kan sturen. Ik kan spelen met de auditieve ervaring van de luisteraar,  en hem met klanken in een driedimensionale voorstellingsruimte plaatsen.

Welke rol speelt de referentialiteit van je materiaal in het uiteindelijke werk? Wil je, met andere woorden, dat klanken herkenbaar blijven, dat de luisteraar een voorwerp kan verbinden met het geluid?

Els Viaene: Ik balanceer graag op de grens tussen herkenbaarheid en onherkenbaarheid. Alleszins is het niet de bedoeling dat de luisteraar constant weet wat hij hoort. Mocht ik anderzijds van elke klank een compleet andere maken door ze met digitale middelen zwaar te vervormen, dan zou mijn uitgangspunt zijn zin totaal verliezen. In de eerste minuten van Drawing of a Landscape hoor je bijvoorbeeld het dense, ruisende en brommende geluid van de motoren, gecombineerd met het klotsen van water en digitaal bewerkte klanken die je niet in die context kan plaatsen. Bij het luisteren herken je het water wel, maar je bent toch ook niet helemaal zeker. De klanken roepen wel beelden op maar zouden tegelijk abstracte, muzikale kwaliteiten moeten hebben. Op andere ogenblikken laat ik heel duidelijk blijken wat er klinkt, de vogelgeluiden van het natuurgebied bijvoorbeeld. Maar die plaats ik dan weer in een bepaalde dramaturgie: ik laat ze binnendringen in het gedreun van de motorboot; wanneer dat geluid uiteindelijk wegvalt, verandert de voorstellingsruimte compleet, van een dense gedrongenheid naar een open veld. Die verandering van ruimte zou de luisteraar nooit zo kunnen aanvoelen als ik meteen met vogel- en windgeluiden begonnen was, hij zou ze dan veel minder intens beleven. De associatie met de ruimtelijke openheid van een echt natuurgebied speelt hier dus wel een rol. Nu lijkt het misschien weer alsof ik een verhaal wil vertellen. Eerst zijn er de boten, als die weggaan komt er natuurgebied. Maar dat is zeker niet het geval, het gaat me veeleer om de ruimtelijke en dramatische confrontatie van klankstructuren.

Doorheen de hele soundscape zijn ook toonhoogtes te horen, ze vormen zelfs eenvoudige akkoorden en melodieën. Zijn dat ook veldopnames?

Els Viaene: Ja, ze vormen een soort rode draad, en verschijnen vaak als een drone, net zoals de motorgeluiden. Het zijn opnames van glazen waarvan de rand met een vochtige vinger aangewreven wordt met een cirkelvormige beweging. Je kan dat met een gewoon wijnglas doen. Hier zijn de klanken vaak onherkenbaar geworden omdat ik ze met digitale technieken bewerkt heb. Op die manier kon ik bijvoorbeeld de hoge, iele klanken naar een zeer laag register transponeren en melodieën of akkoorden construeren. Maar ook daar zit geen uitgekiende muzikale structuur achter, alles gebeurt op het gevoel.

Je hebt het al een aantal keer gehad over echte natuuropnames, fluitende vogeltjes en klotsend water. Kom je soms op de grenzen terecht met New Age soundscapes, of de ‘natuurgeluiden cd’s’ die bij bepaalde drogisterijen te vinden zijn?

Els Viaene: Als vrouw loop je, naar mijn aanvoelen, zelfs eerder als een man het gevaar om als ‘soft’ beschouwd te worden. Ik vind het vreselijk als men het label ‘ambient’ op mijn werk plakt. Bij mij gaat het helemaal niet over esoterische toestanden of het oproepen van één enkele sfeer. Ik wil in de klankmaterie kruipen, met de microfoon gaan waar de oren niet kunnen gaan. Nieuwe, onbekende dingen laten horen die wel aanwezig zijn in gewone geluiden maar die aan onze aandacht ontsnappen. Mijn werk hoeft ook helemaal geen ontspannende uitwerking hebben op de luisteraar… hoewel ik ook niet expliciet moeilijk wil doen. Het is eigenlijk mijn doel om het luisteren aan te scherpen en daar is actieve aandacht van het publiek voor nodig. Als je mij zou vragen wat ik met mijn werk wil bereiken dan antwoord ik dat het meest geslaagde resultaat voor mij erin bestaat dat mensen na het horen van mijn werk op een andere manier naar alledaagsheid gaan luisteren. We zijn zo visueel ingesteld, geluid komt vaak pas op de tweede plaats. Maar als je goed oplet, kan luisteren echt een fantastische ervaring worden. Dan kan je op straat alles beginnen ervaren als één grote compositie en dan ga je ook anders kijken. Zalig! Dat vind ik trouwens ook zo geweldig aan het werken met veldopnames. Je vaart mee met zo’n baggerboot en de mannen die erop werken vinden je eerst toch maar vreemd. Met een microfoon het ‘lawijt’ komen opnemen waar ze elke dag inzitten… maar wat later komen ze enthousiast af met: “Kom hier ook eens naar luisteren…”

Interview door Maarten Quanten.

Beluister alle soundscapes over Belgisch Limburg op de Klankatlas!

Reageren

Laat ons weten wat je denkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste, en plaats een reactie

Artikel delen

t
f

Meer informatie

Meer van Els Viaene