Klankatlas

Het Verhaal van de Melkbus

Jesse Passenier over zijn bijdrage aan de Maasroute

Voor zijn bijdrage aan de Limburgse Klankatlas en de Klankfietstocht liet arrangeur en componist Jesse Passenier zich inspireren door dit ondertussen vrijwel in vergetelheid geraakte object. Tegenwoordig staat de melkbus alleen maar her en der ter sier, of als handige bak voor paraplu’s en wandelstokken. En wordt hij nog gebruikt bij het carbidschieten, waarbij het ronde ijzeren deksel van de bus als een kanonskogel met een dreunende knal tientallen meters ver weg wordt geschoten.

l
r
jesse passenier
jesse passenier
jesse passenier
de melkbus

Tot ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw was verse melk onlosmakelijk verbonden met de ijzeren melkbus. De maten varieerden. De kleintjes hadden een inhoud van twintig liter, terwijl er in de grootste en meest voorkomende variant veertig liter paste. Na het melken van de koeien werd het voedzame witte vocht via een koperen zeef (de zogenaamde teems) in de bussen gegoten. Die werden dan vervolgens op een kar naar de rand van de weg langs de boerderijen en melkveebedrijven gereden. Daar werden de melkbussen opgehaald door zogenaamde melkrijders.

In de omgeving van Stevensweert was dit het werk van de familie Vinken. Ze deden het elke dag, van 1948 tot 1967. Eerst in een vrachtwagentje van Ford. Later in een Bedford, met een torpedofront. Als de bussen geleegd waren, brachten de Vinkens ze weer terug naar de diverse bedrijven, waar ze de volgende dag weer vol langs de weg stonden.

Voor zijn bijdrage aan de Limburgse Klankatlas en de Klankfietstocht liet arrangeur en componist Jesse Passenier zich inspireren door dit ondertussen vrijwel in vergetelheid geraakte object. Tegenwoordig staat de melkbus alleen maar her en der ter sier, of als handige bak voor paraplu’s en wandelstokken. En wordt hij nog gebruikt bij het carbidschieten, waarbij het ronde ijzeren deksel van de bus als een kanonskogel met een dreunende knal tientallen meters ver weg wordt geschoten.

Heb jij de melkbus zelf nog gekend, Jesse?

Jesse Passenier:  “Je zou het misschien niet denken, maar ja. Grappig genoeg ben ik daar niet te jong voor. Ik ben opgegroeid in Zutphen, een beetje in een vrije schoolmilieu,  waar veel belang werd gehecht aan, zeg maar, ‘ecologische zaken’. Er was daar toen nog een boerderij in de buurt. Daar gingen wij langs met onze melkbusjes – een mini-variant – om verse melk te halen. Of iemand kwam de melk ook wel eens brengen. Die werd dan heel ouderwets met een grote lepel uit zo’n melkbus geschept. Nou dronk ik zelf wel geen melk, want ik was er allergisch voor. Maar ik weet nog heel goed dat we op school op die manier aan onze melk kwamen. Dus ik heb het zowaar nog meegemaakt!”

“De muziek die ik voor de melkbus en de fietstocht heb geschreven is in twee delen. Het is één stuk, maar dat heb ik als het ware uit elkaar getrokken. Eén deel is de muziek, en het andere deel is gemaakt met melkbusgeluiden. Daarvoor heb ik in allerlei geluidsdatabases gegrasduind, tot ik uiteindelijk bruikbare opnames vond op de Soundcloud pagina van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, dat in Hilversum is gevestigd. Die geluiden zijn gewoon vrijgegeven, met een creative commons licentie, en de geluidskwaliteit is prima.”

Weet je waar Beeld en Geluid die opnames vandaan heeft? Zijn het bandopnames uit de tijd dat melkbussen nog als zodanig werden gebruikt, of zijn die geluiden veel recenter en digitaal opgenomen?

Jesse Passenier: “Nee. Locatie en dergelijke werd er niet bij vermeld. Daar zou ik misschien nog achteraan  moeten. Er stond bij dat het een veldopname was. Je zou dus denken dat het om originele, oudere, opnames gaat. Maar meer informatie was er eigenlijk niet.”

Je had natuurlijk de familie Vinken kunnen bellen. Die hebben in de schuur misschien nog wel een hele stapel bussen staan.

Jesse Passenier: “Dat was inderdaad een optie. Maar door wat ik had gevonden, kreeg ik al een beetje een idee. Zo werkt dat bij mij. Ik ga op zoek, en dan kom ik iets tegen. En wat ik vooral heel leuk vond, was dat ik op geluidsfragmenten stuitte die van zichzelf al vrij ritmisch waren. Uiteindelijk heb ik die, vrij grote stukken, kunnen gebruiken. Dat werd de ritmische achtergrond. En om die reden ben ik daarna verder gegaan vanuit dat idee.”

Heb je die melkbusgeluiden nog bewerkt, en ze bijvoorbeeld als samples gespeeld? Of heb je ze zonder veel modificaties gebruikt?

Jesse Passenier: “Ik heb die fragmenten natuurlijk op een bepaalde manier in de tijd geplaatst , om zo ritmes te bouwen. En ik heb ze af en toe ook wat gemoduleerd. Bijvoorbeeld om iets meer een bas effect te krijgen, of om melodische effecten te maken.”

Ik kan me voorstellen dat je, ook door te experimenteren met verschillende microfoonopstellingen en opnametechnieken, uit een enkele melkbus een ware schat aan geluiden zou kunnen halen.

Jesse Passenier: “Dat klopt. Zo’n bus is natuurlijk ontzettend veelzijdig qua klank en geluid. Je zou daar heel breed mee kunnen werken. Maar dat heb ik uiteindelijk toch niet geprobeerd. Ik heb meer voor een verhalende manier gekozen. Dat is heel erg mijn insteek geworden: een verhaaltje vertellen met de muziek en het geluid van de bussen, dat in een paar minuten zo’n vroegere werkdag van die melkrijders schetst. Het gaat vrolijk en optimistisch van start, wanneer op een mooie ochtend het werk begint, om vervolgens met een stevige beat ook het hele zware van dat werk te illustreren. Het eindigt ten slotte in een nostalgische noot. De melkbus verroest, zeg maar, en wordt historie…”

Jac en Jan Vinken hebben het in hun herinneringen met name ook over de vrachtauto waarmee die bussen werden opgehaald, en die in koude wintermaanden vaak heel moeilijk aan de praat was te krijgen. Ze moesten de motor dan met zo’n grote sleutel met de hand aanzwengelen.

Jesse Passenier: “Ik heb daar nog naar gezocht, ja, naar dergelijke geluiden. Maar die ben ik niet tegengekomen. Ik heb er nog over gedacht om ze dan zelf te creëren. Maar uiteindelijk heb ik toch voor dat andere spoor gekozen.”

Als je het stuk live zou uitvoeren, hoeveel muzikanten zou je er dan voor nodig hebben?

Jesse Passenier:  “Nou, er zitten stukjes met strijksamples in. Als je dat echt zou willen doen, dan heb je natuurlijk een strijkorkestje nodig. Verder gebruik ik een Fender Rhodes achtig geluid, en een pianootje. En dan zijn er wat melodische dingetjes, waarvoor ik het geluid heb gebruikt van de melk die de melkbus in wordt gespoten. Dat zat ergens in de fragmenten met melkbusgeluiden. Door die opnamen wat te moduleren heb ik van één zo’n sample een melodietje kunnen bouwen. Er zaten hier en daar ook wat emmergeluiden. Die heb ik zo min mogelijk gebruikt, maar af en toe heb ik ze laten zitten, want dat ik vond ik toch wel leuk.”

Een melkbus staat natuurlijk niet alleen …

Jesse Passenier: “Zeker niet. Maar ik wilde het allemaal vooral een beetje speels houden. Het werd een verhaal dat ik wilde vertellen. Het verhaal van de melkbus. Iets dat heel toegankelijk is. Ik hou ervan als dingen vrij helder worden, en dat is in dit stuk dan ook heel erg gebeurd. Ik heb het in bepaalde, heel herkenbare stijlen neergezet. Niet in een abstract kader… Dan was ik meer in het geluid van de melkbussen gedoken, en zou het meer een onderzoek zijn geworden. Maar voor mij was dit in de eerste plaats een speelse uiting. En dat is ook wat ik uiteindelijk aan de luisteraars mee wil geven: een soort plezier.”

“Ik heb ook zelf een melkbus aangeschaft. Die vond ik op Marktplaats. Bij iemand die hem naast zijn bungalowtje in een vakantiepark had staan, voor de sier. Die melkbus heb ik al een paar keer gebruikt om het stuk als een installatietje te presenteren, ook als teaser voor de Klankfietstocht. Daarbij wordt de muziek binnen in de melkbus afgespeeld. Als luisteraar kun je dan, interactief, het deksel lichten, waardoor het geluid ineens een stuk harder uit de bus komt.”

[…]

“Ik zou voor de Klankfietstocht die melkbus graag ergens neerzetten in de buurt waar het stuk in de fiets-app wordt geactiveerd.  Het is een hartstikke grappige melkbus. En dan in beton gegoten of zo. Maar of dat mag en of dat lukt, dat weet ik nog niet. Ingewikkeld hoeft het niet te zijn. Niet dat je ook daar weer een app voor moet ontwikkelen of zo. Ik zou er enkel wat melkbusgeluiden eindeloos in rond laten loopen. Dat zou het mooiste zijn…”

Interview door Harold Schellinx.

Lees meer over de grensoverschrijdende Maasfietsroute op de Klankatlas!

Reageren

Laat ons weten wat je denkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste, en plaats een reactie

Artikel delen

t
f

Meer informatie

Gerelateerd klankpunt

Het verhaal van de melkbus