Klankatlas

Gonzo (circus) presenteert: Klankstappen

'Als je oren je door de stad leiden'

Veel festivals nemen geluidswandelingen op in de randprogrammering. De wandeling kun je meestal alleen tijdens het festival lopen en horen, waarna de geluiden vaak een herinnering worden. Doodzonde. Gonzo (circus) ontfermde zich over een paar juweeltjes. Een tekst van Danae Bos.

Lopen door de stad; het is een van onze meest basale activiteiten. Vaak sluiten we daarbij de wereld buiten. Je beweegt je door de stad en dan opeens zie je een mooie gevelsteen van een huis. Je ziet die voor het eerst, terwijl je al jaren langs dat huis liep. Niet alleen filteren we vaak wat we zien, ook wat we horen. Alle geluiden van de stad veranderen voortdurend en terwijl je in beweging bent, vorm je een manier om verschillende geluiden aan elkaar te verbinden. Zo kan ieders wandeling een verhaal worden.

Geluidskunstenaars hebben met geluidswandelingen verschillende manieren gevonden om je door de stad te laten bewegen, bewust van je oren. Zij onderzoeken met de mogelijkheid van stilte en geluid hoe ze de individuele beleving van een stad kunnen veranderen. Bij een geluidswandeling luister je met andere oren dan wanneer je je functioneel beweegt en tegelijkertijd is het geluid net zo dynamisch als jij en de stad zelf. Met een koptelefoon op je hoofd transformeert je wereld. De stad kan er anders uitzien en anders klinken.

Maar wat is eigenlijk het geluid van de stad? Wanneer je boven de Hema woont, ken je het geluid van achteruit rijdende vrachtwagens. Woon je in een een middeleeuwse binnenstad, dan ken je het geluid van kerkklokken.

Dat we nauwelijks stilstaan bij hoe de stad klinkt is niks nieuws. De Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892­1940), die zelf slechtziend was en daardoor erg gespitst op zijn gehoor, zei ooit dat het oog in de stad belangrijker is dan het oor. Nu zegt de Australische muzikant Lawrence English hetzelfde, terwijl hij als schrijver en geluidskunstenaar metsite listening aandacht vestigt op luisteren. Zoals hen die zich bezighouden met field recordings al jaren op zoek zijn naar alle geluiden die ze in de wereld kunnen registreren, omdat ze weten dat elke plek anders klinkt.

World Soundscape Project

De Canadese Hildegard Westerkamp is de onbetwiste pionier van de geluidswandeling. Begin jaren 1970 maakte zij onderdeel uit van de onderzoeksgroep World Soundscape Project (WSP), onder leiding van R. Murray Schafer. Westerkamp ging op zoek naar een geluidslandschap dat vitaliserend kan werken. Een geluidsomgeving waarin een evenwicht bestaat tussen luisteren naar en het zelf maken van geluid.

Een geluidsomgeving waar je de ruimte hebt om jezelf te horen. Die zoektocht had een positieve insteek, maar was wel gebaseerd op het idee dat die ruimte in ons dagelijkse geluidslandschap niet (meer) bestaat. R. Murray Schafer noemt dat landschap lo­fi, omdat we de verschillende geluiden waar dat landschap uit is opgebouwd niet kunnen horen. Veel geluiden horen we niet, omdat ze worden gecamoufleerd door een alomtegenwoordige kenmerkloze achtergrondruis. Inwoners van een metropool als New York maken van die camouflerende werking van ruis gebruik om rustig te kunnen slapen. Zij kopen white noise­apparaten, om het nachtelijke stadsgeluid weg te filteren. Ze willen de stad niet horen.

De subtiliteiten van geluid zijn voor WSP juist heel belangrijk. Hildegard Westerkamp zegt dat “het geluidslandschap […] een intieme reflectie [is] van de sociale, technologische en natuurlijke condities van zijn locatie.” De activiteit van het wandelen wordt in dat licht ook interessanter. Elke locatie heeft een eigen geluid, maar het geluid golft door in de omgeving van die locatie. Door het wandelen worden al die verschillende plekken aan elkaar geregen en vormen ze een realistischer beeld van een geluidslandschap.

Wanderlust

Wandelen is niet slechts beweging. Al eeuwen wordt wandelen gezien als een onderdeel van denken. De Amerikaanse auteur Rebecca Solnit schreef het boek ‘Wanderlust’ over de verschillende betekenissen van wandelen in historisch perspectief. Zij stelt daarin dat “wandelen idealiter een staat is waarin de geest, het lichaam en de wereld zo zijn opgesteld, dat het drie figuren lijken die eindelijk een gesprek hebben, drie noten die plotseling een akkoord vormen.”

Die ideeën over wandelen leidden al aan het einde van de achttiende eeuw tot een wandelinstructie. Een instructie die vertelde hoe te lopen en te voelen wanneer je het graf van Jean­Jacques Rousseau bezocht. Solnit haalt deze filosoof aan in haar boek, omdat hij zelf veel wandelde en het boek ‘Les rêveries du promeneur solitaire’ schreef, waarin elk hoofdstuk een ‘wandeling’ heet. Al wordt luisteren in die instructie niet genoemd, de wandelinstructie klinkt als een performance. Een conceptuele vorm die veel overeenkomsten heeft met geluidswandelingen.

Door middel van geluid kunnen wandelingen en locaties zeer goed worden nagebootst, zo bewijst ‘Janet Cardiff: The Walkbook’. Dit door Mirjam Schaubs samengestelde boek over Janet Cardiffs geluidswandelingen wordt vergezeld door een cd van Cardiff. Zij geeft de lezer via de koptelefoon instructies over welke pagina open te slaan. Zo lukt het haar om zelfs in de saaie Amsterdamse universiteitsbibliotheek – een van de weinige plekken waar het boek te vinden is – je fantasie te prikkelen. Het ene moment loop je met Cardiff door Central Park in New York, terwijl een kind om je heen huppelt. Het volgende moment hoor je de avond vallen bij een afbeelding van een oude schuur, waardoor je bijna het vochtige gras gaat ruiken.

Geproduceerd in een koptelefoon klinkt het geluid levensecht en ruimtelijk. De opnames van Canadese geluidswandelaar Janet Cardiff klinken zo realistisch, omdat ze gebruik maakt van een binaurale opnametechniek. Met twee microfoons bij de oren, of in het geval van Cardiff op de oren van een blauw hoofd dat ze meedraagt, worden de geluiden opgenomen. De Vlaamse Els Viaene is eveneens in deze techniek gespecialiseerd. Zij werkt als fieldrecorder aan verschillende initiatieven om opgenomen geluid opnieuw in een ruimte te plaatsen.

Geluid met een locatie

Met binauraal geluid uit een koptelefoon blijf je toeschouwer van je omgeving, maar wordt je omgeving virtueel. De omgeving wordt gekoppeld aan een geluid dat – op dat moment – niet uit de omgeving voortkomt. Het is een manier om de relatie van een geluidslandschap met een locatie te laten horen en tegelijkertijd de ruis van de stad weg te laten, zodat details van de geluidsomgeving hoorbaar kunnen zijn.

Cilia Erens, Neerlands oergeluidswandelaar, gebruikt vanaf 1981 binaurale opnametechnieken. Sinds de introductie van de walkman kan ze die opnamen bij wandelingen inzetten. De draagbare persoonlijke stereo maakt het haar mogelijk zich bezig te houden met het verplaatsen van alledaagse geluiden naar een nieuwe omgeving. Anders dan Janet Cardiff die spreekt tijdens haar opnames en associatieve gedachten presenteert, wil Erens de geluiden zelf laten spreken. Zij is een purist die niet alleen geen gebruik wil maken van gesproken tekst, maar ook heel specifiek is over het wandeltempo en de exacte locatie voor het horen van elk geluid.

Het geluid kan een locatie subtiel veranderen of een heel andere locatie naar je toe brengen door middel van geluid. In de jaren 1950, toen het begrip psychogeografie ontstond voor het emotioneel steeds als nieuw ervaren van een plek, gebeurde dat door verdovende middelen te gebruiken. Een geluidswandeling kan een stad ook in een heel ander licht plaatsen, door alleen maar een koptelefoon op te zetten. Zo laat ‘Ticket to Istanbul’ de luisteraar de Bosporus in Istanbul oversteken, terwijl eigenlijk het water van het Amsterdamse IJ voorbijtrekt ­ een wandeling die Justin Bennett en Renate Zentschnig bij Soundtrackcity ontwikkelden.

Het onhoorbare hoorbaar maken

Behalve geluidslocaties verplaatsen kan een geluidswandeling ook het onhoorbare hoorbaar maken. Eigenlijk is het een kwestie van luisteren naar de stilte, zoals John Cage dat introduceerde met 4’33”. Luisteren, maar dan op alledaagse plekken werd door Max Neuhaus, een Amerikaanse percussionist en geluidskunstenaar, in situ luisteren genoemd. Ook bij dat luisteren kun je worden gestuurd. Zo maakt de Japanse Akio Suzuki een instructie voor de exacte positie voor dat luisteren op een alledaagse locatie. Hij markeert plekken in de stad om stil te staan, zodat hij ook de richting van het luisteren bepaalt.

Niet alleen door actiever te kijken en daardoor tegelijkertijd actiever te horen kan de beleving van het geluidslandschap veranderen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je in lijn met science fiction onhoorbare golven wilt laten horen? Dat is waar het werk van Christina Kubisch over gaat. Zij is al sinds de jaren 1970 bezig met elektromagnetische golven en geluid. Daarmee ontwikkelt zij nu al tien jaar ‘Electrical Walks’, wandelingen die verkenningen zijn van een onhoorbare en onzichtbare realiteit van de stad. Tl­balken, pinautomaten of televisies kunnen er hetzelfde uitzien, maar ze hebben allemaal een ander geluid. Veiligheidspoortjes, elektriciteitskastjes en straatverlichting worden hoorbaar wanneer je met een koptelefoon van Kubisch door een stad loopt. Hoge fluitende of lage pulserende en brommende geluiden maken je bewust van het feit dat alle objecten een individueel geluid hebben. Bovendien legt Kubisch met deze verkenning een onzichtbare ontwikkeling van de stad bloot. In 2007 markeerde ze een wandeling in Kortrijk, die ze dit jaar alweer moest aanpassen, omdat de geluiden van de stad zijn veranderd. Het sociaalmaatschappelijke element van stadsplanning wordt op die manier onderdeel van een geluidswandeling.

Die onhoorbare golven kunnen ook onderdeel worden van een narratief in een geluidswandeling, zoals Justin Bennett laat horen in zijn wandeling ‘NASA’ voor Sonic Acts 2013. Een wandeling die vertelt over een psychiatrisch patiënt die onzichtbare deeltjes hoort, met soundscapes opgebouwd uit geluiden zoals Kubisch die ook hoorbaar maakt. Fantasie en realiteit liggen soms dicht bij elkaar. Justin Bennett verwijst met zijn verhaal bovendien (indirect) naar nog een begrip dat door R. Murray Schafer werd geïntroduceerd: ‘schizophonie’ ­ een omschrijving voor de situatie waarin het geluid van een landschap en de bron van dat geluid (het landschap zelf) van elkaar zijn gescheiden.

Verhalend vertellen

De mogelijkheid om zo intiem dichtbij je oor te spreken als door een koptelefoon, heeft ook een plek in het narratieve onderdeel van geluidswandelingen. Complete verhalen kunnen zich in de loop van een wandeling ontwikkelen. Verhalen bijna als een gesituationeerd hoorspel. Voor dit soort geluidswandelingen zou je fluxuskunstenaar Willem de Ridder als oorsprong kunnen aanwijzen. Hij begon met het maken van vertellingen die je fysiek volgen op je reis door Nederland.

Soms bestaan die narratieve elementen slechts uit ingrepen in de publieke ruimte. Zoals de omgeving van een wandeling tijdens het Norfolk and Norwich Festival 2012, die in een theater veranderde. Theaterregisseur Robert Wilson creëerde ‘Walking’, in samenwerking met de Nederlandse Boukje Schweigman en Theun Mosk. Een strandwandeling van vier en een half uur, waarbij installaties en gidsen de (geluids)omgeving controleerden.

Een collectieve theatrale beleving die een omgeving niet opmerkt is de uitvinding van Britse Duncan Speakman. Hij noemt het ‘subtlemob’. In tegenstelling tot een flashmob kun je er niet achterkomen hoe je een subtlemob ervaart zonder er aan deel te nemen. Een ingewikkelde samenkomst van gps, acteurs, deelnemers en geluidsfragmenten zorgen voor een vervreemdende en tegelijk absorberende ervaring.

Steeds vaker wordt er bij het ontwikkelen van geluidswandelingen gebruik gemaakt van de interactiviteit van nieuwe media. Bijvoorbeeld techniek die er voor zorgt dat je niet een vaste volgorde van geluidselementen hoeft aan te houden. Mobiele applicaties zoals ‘Walk With Me’ of ‘Hear Us Here’ maken hun opmars. Met gps­sturing loop je gewoon naar het volgende geluid toe, waarbij Hear Us Here probeert zo min mogelijk te interfereren met je loop­ en kijkervaring: een wandeling zonder kaart.

Het effect

De wens om al die verschillende wandelingen meer dan een kortdurend bestaan te geven, is de wens om een archief van auditieve historische momentopnames toegankelijk te maken. Veel wandelingen kunnen niet meer beschikbaar worden gesteld, omdat de omgeving is veranderd. Niet alleen visueel, maar ook auditief, zoals bij Christina Kubisch’ wandeling in Kortrijk.

De wandelingen zijn herinneringen aan tijden en plekken, waarmee we aandacht vestigen op het feit dat we bewegen door steden en dat steden klinken; klinken als thuis, als lawaai, als een veilige haven, als een theater of een virtuele wereld. De kunst van de geluidswandeling is je af en toe niet af te sluiten in je eigen bel van geluid of zelfs je eigen bel van functionele verplaatsing – met of zonder iPod.

De geluidswandeling verbindt je aan een plek, waarmee je af en toe hoort waar je bent. Maar dan niet op de manier van een ordinaire audio tour, die je bijvoorbeeld als een toeristengids door de stad leidt met interessante en minder interessante feitjes. Al geloof je misschien zelf niet zo dat een evenwichtiger ervaring van een geluidslandschap die de mens vitaler maakt, zoals Hildegard Westerkamp stelde als doel van het World Soundscape Project. Maar uit eigen ervaring kan ik je garanderen dat na het lopen van meerdere geluidswandelingen de stad nooit meer dezelfde zal zijn.

Dit artikel werd geschreven door Danae Bos voor Gonzo (circus) – ‘Klankstappen’ 

Selectieve bibliografie & links

  • Rebecca Solnit, Wanderlust: A History of Walking (Londen: Verso, 2001).
  • Mirjam Schaub, Janet Cardiff: The Walk Book (Keulen: König, 2005).

 

Reageren

Laat ons weten wat je denkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste, en plaats een reactie

Artikel delen

t
f