Klankatlas

150 Miljoen Jaren Maastrichtse Geschiedenis in 10 Minuten

Rod Summers over zijn bijdrage aan de Klankatlas

Er wordt nog immer geruzied over het antwoord op de vraag of Maastricht wel écht de oudste stad van Nederland is. Toch is het boven iedere twijfel verheven dat de geschiedenis van menselijke bewoning in het gebied rondom de tegenwoordige hoofdstad van Limburg teruggaat tot in een voor ons nauwelijks voorstelbaar ver verleden. Denk aan de resten van Neanderthalers die even ten westen van de stad zijn gevonden en die als ergens tussen de 250.000 en 350.000 jaren oud werden gedateerd. Maar het gonsde er al van leven lang voordat deze vaag-menselijk creaturen zich in de streek vestigden.

l
r

In de ondiepe zee die 20 miljoen jaar geleden het gebied overdekte, vertoefde een zwemmende, rovende dinosaurus: de Maashagedis of Mosasaurus. Ook eerder, zo’n 70 miljoen jaar geleden, stapten er al heel wat grommende, piepende en zoemende sauriërs, van groot tot klein, door het beeld van het wonderlijke krijtachtige zeelandschap dat tot onze mergellagen, de grotten, de heuvels en de vele tonnen aan fossiele resten heeft geleid. En daarvoor? Wie zal het zeggen? Misschien kwam er 150 miljoen jaar geleden wel af en toe een zwerm Archaeopteryxen uit Solnhofen overvliegen. Hoe het ook werkelijk geweest moge zijn, de plek die nu Limburg heet was vanaf het eerste sprankje leven op aarde een bijzonder roerige plek, waar de aarde en zijn kostgangers een hoop kabaal maakten en een lange reeks van geleidelijke, maar soms ook heel plotselinge en dramatische, metamorfosen tot de Eurostad Maastricht en de huidige Euregio leidden.

Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat Maastricht zijn naam gaf aan een heel geologisch tijdperk: het Maastrichtien, de laatste periode van het Laat-Krijt, die duurde van ongeveer 72 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden. Een wereldomspannende catastrofe maakte er een einde aan, waarschijnlijk omdat een komeet of asteroïde met de aarde in botsing kwam. Meer dan driekwart van alle leven, planten incluis, werd vernietigd. Ook de Mosasaurus en de meeste andere niet vliegende dieren.

Toen de van oorsprong Britse klankkunstveteraan Rod Summers, die sinds het begin van de jaren 1970 in Maastricht woont en werkt, voor het eerst in Limburg kwam, in dienst van de Engelse luchtmacht, werd hij gelegerd in de ondergrondse mergelgroeven van de Cannerberg.

Rod Summers – ‘Ik kwam als soldaat in die Cannerberg, dus de eerste dingen die ik van Maastricht leerde kennen maakten deel uit van de archeologie en van de prehistorie. Ik zat daar. Onder de grond. In die grotten. En steeds als ik naar Aken ging – wat ik nog steeds heel regelmatig doe, want daar doe ik veel van mijn boodschappen – kwam ik langs de militaire begraafplaats in Margraten. Dus in al de jaren dat ik hier leef en werk ben ik me heel erg bewust geworden van de vele grote en kleine dingen die samen de hele lange geschiedenis van het gebied vormen. Het sprak daarom eigenlijk vanzelf dat ik voor de Klankatlas een ‘150.000 Miljoen Jaren Maastrichtse Geschiedenis’ zou doen. In tien minuten.’

‘Bij de première van het stuk, in November 2008 in het Provinciehuis, gebruikte ik modelletjes ter illustratie. Ik had een modelletje van een dinosaurus, speelgoedsoldaatjes, enzovoorts. Die zette ik voor mij neer. En voor het oorlogsgedeelte gebruikte ik mijn ‘signature sound’: ik strooide met knalerwten in het rond, dus dat was een hoop geknal. En daarna natuurlijk confetti voor de carnaval!’

Ruim een half jaar na de première was ik getuige van een verder ontwikkelde versie van het ‘tafel object theater’ dat een integraal deel is van “150 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes”, en dat Rod dagelijks uitvoerde tijdens de Maastrichtse Kunsttour van 2009. Ondergronds, in de kelder van galerie Marres in de Capucijnenstraat. Zoals in veel van de oude huizen en gebouwen in de stad zijn ook de keldermuren bij Marres opgetrokken in mergelsteen. Je hoeft er maar even in te krabben of de kleine schelpjes, ammonieten en andere fossieltjes die in het gesteente zitten komen al tevoorschijn. Allemaal overblijfselen van het drukke leven in de ondiepe subtropische zee die vele miljoenen jaren geleden het tegenwoordige Limburg overdekte.

In dat hele verre verleden begint “150 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes” te klinken vanaf een band op een oude ReVox bandrecorder (‘omdat dat zo lekker romantisch oogt; maar ik doe al lang het meeste van mijn werk met fijne digitale software op de computer’). Rod illustreerde het stuk real-time met een miniatuur object theater dat hij uitvoerde op een metalen tafelblad, aan de onderkant voorzien van contactmicrofoons die de geluiden die de objecten op het blad maakten een beetje versterkten. Het stuk eindigt tien minuten later met een geluidsspeelgoedje dat Beethovens ‘Freude’ speelt. Een symbool van de recente opkomst van een – soms meer, soms minder – verenigd Europa. Op de tafel liggen dan de resten van 150 Miljoen Jaren, als een stilleven.

Wie er bij is geweest zal dit speelse en onpretentieuze spektakel niet snel vergeten. Vooral ook door de persoon en het beeld van die wat oudere, langharige Britse kunstenaar die (het is maar een voorbeeld) met een bescheiden glimlach zijn wijsvinger door een hoopje mergelstof haalt, die het gebeuren in die kleine donkere kelder iets heel ontwapenends gaven.

Als we een kleine twee, drie minuten onderweg zijn in “150 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes”, kondigen een brullend gerommel en explosies de massa-extinctie aan die plaatsvond aan het eind van het Maastrichtien. Maar als het stof is neergedaald, maken die donkere geluiden al snel plaats voor een nieuwe, pastorale, dageraad. Vogeltjes beginnen te zingen, en de rust en stilte van een zonnig woud worden bijna tastbaar.

Gezien de tien minuten die je jezelf hebt gegeven om ons 150 Miljoen Jaren Maastrichtse Geschiedenis te vertellen, zingen er relatief ontzettend veel vogeltjes. Na de massa-extinctie fluiten ze door tot ver in de Middeleeuwen. In de tijden dat er oorlog woedt houden ze zich even gedeisd. Maar tegen het einde, in het Maastricht van tegenwoordig, steken ze gelijk de kop weer op.

R.S. –  ‘Gedeeltelijk komt dat natuurlijk omdat dinosauriërs tot vogels evolueerden. Maar het is ook omdat ik een fervent vogelaar ben. Ik maak heel veel opnames van vogelzang. Ik kom daar regelmatig om vier uur ’s ochtend mijn bed voor uit. Mijn favoriete plekjes in Nederland om te vogelen en vogel opnames te maken zijn in Zeeland, maar de meeste vogelzang opnames voor het Klankatlas stuk zijn in de buurt van Maastricht gemaakt, in het Bunderbos.’

Het enige andere herkenbare dierengeluid is het blaten van schapen.

R.S. – ‘Dat geblaat maakt deel uit van mijn geluiden voor het tijdperk van de domesticatie van zoogdieren. Samen met de wat cynische suggestie dat die domesticatie tot stand kwam rond dezelfde tijd dat religie de kop op stak en de alles overheersende kracht werd in de wereldgeschiedenis. Schaapjes die hun herder volgen. En religie kwam uit het oosten. Daarom hoor je mij in Gregoriaanse stijl zingen aan de linkerkant, met samples van orgelmuziek van een CD van Johan Luymes, die zo aardig was om mij toestemming te geven om zijn opnames voor het stuk te gebruiken.’

De fijne dialogen in Maastrichts dialect vormen misschien wel de opmerkelijkste stukken in “150 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes”. Maastrichts dialect wordt er gesproken door mensen van de Klokbekercultuur die op het punt staan het toilet uit te vinden (een verwijzing naar de recente industriële geschiedenis van de stad); dan door Romeinen die besluiten om een brug over de Maas te bouwen; en tenslotte natuurlijk ook door wat meer hedendaagse Maastrichtenaren, die zich, de Maastrichtenaar eigen, maar blijven beklagen; in dit geval over de eindeloze reeks oorlogen die ze te verduren hebben.

R.S. – ‘Al heel vroeg hoorde ik van mijn schoonvader dat iedere stad en elk dorp in Limburg een eigen dialect heeft. En al snel ontdekte ik dat dit ook werkelijk waar is. Maastricht heeft een dialect, Heerlen heeft zijn dialect, in Sittard is het dialect weer anders, net als in Roermond… Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor taal, in het bijzonder voor de klank van taal. Dus je begrijpt dat al die Limburgse dialecten me blijvend fascineren. Samen met het geluid van de klokken vormt voor mij daarom de klank van het gesproken dialect hét karakteristieke geluid van Maastricht. Ik was dan ook erg blij dat ik bij het maken van “150 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes” de hulp kon inroepen van vrienden die, in tegenstelling tot mijzelf, dat authentieke, platte, Maastrichtse dialect ook daadwerkelijk beheersen.

Er komt één uitdrukking in het stuk voor, die ik, als geboren en getogen spreker van Maastrichts dialect, nooit eerder had gehoord: ‘stroond oorlog’ (strontoorlog).

R.S. – ‘Een van de venijnigste radioactieve elementen is Strontium. Die naam komt van het Schotse dorpje waar het werd ontdekt: Strontian. De vertaling van die naam in het Schots-Gaelisch is ‘neus, of punt, van de feeënheuvel’. Maar als je uit Maastricht komt betekent het natuurlijk gewoon stront. Oorlog is altijd een smerige aangelegenheid, en in dit gebied is er sinds het vertrek van de Romeinen vrijwel altijd oorlog geweest. Toen de Romeinen vertrokken ontstond er een machtsvacuüm dat of door de  Angelsaksen of door de Vikingen werd gevuld. Dat werden toen de dominante krachten hier en in de rest van Europa. Frankrijk, bijvoorbeeld, werd constant door Vikingen overstroomd. En Rollo kreeg Normandië om hem ervan te weerhouden de hele tijd Parijs te verkrachten. Dus eeuwen en eeuwen lang was het hier oorlog na oorlog na oorlog na oorlog. Tot niet eens zo heel erg lang geleden, natuurlijk.’

‘Mocht ik in de nabije toekomst ooit nog in de gelegenheid worden gesteld om een wat grotere voorstelling gestalte te geven, dan wil ik een hele club mensen gekleed als Romeinse soldaten in het Latijn verwensingen over de Maas heen laten schreeuwen. Aan de andere kant zet ik een even grote club Maastrichtenaren, die in Maastrichts dialect net zo hard terug vloeken in de  richting van de Romeinen. Die vloekoorlog tussen de twee groepen stopt pas als op een goed moment de Maastrichtenaren met Rommedoe beginnen te smijten. Ze lanceren het spul over de Maas en bedelven de Romeinse soldaten onder de stinkkaas. En die Romeinen slaan dan natuurlijk gelijk op de vlucht …’

‘Kijk, dat is nou het soort meesterwerk waar ik gelijk voor zal tekenen, mocht Maastricht in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa worden!’

R.S. – Ha, ha! Ik vind het zelf ook geweldig! Mensen die in ’t Latijn staan te vloeken aan de ene kant van de Maas en Maastrichtenaren in ’t Maastrichts aan de andere kant. Ik bedoel, dat is toch hartstikke grappig? Sinds ik begon met kunst maken heb ik altijd kunst willen maken die mensen aan het lachen krijgt. Dat was trouwens ook de reden dat ik begin van de jaren 1970 gelijk op de Jan van Eyck Academie werd toegelaten. Ik zag en zie nog steeds veel te veel kunstenaars die zichzelf te serieus nemen en dan heel theoretisch gaan doen in plaats van het pure plezier van het kunst maken tot uiting te brengen. Mijn ideaal is het altijd geweest om grappig te zijn. Humoristisch. Humor is essentieel in mijn werk. Ik wil mensen aan het lachen brengen; of toch op zijn minst een glimlach teweegbrengen. Als het stuk voorbij is en ze denken: “Wat een idiote gozer is me dat…”, dan ben ik gelukkig.’

‘Niet dat ik echt gek ben. Het gaat erom dat je ‘outside the box’ kunt denken. Je kunt natuurlijk steeds weer met standaard patroontjes en progressies werken, maar je kunt ook besluiten om er plotseling iets totaal willekeurigs in te stoppen, dat ieder soort progressie gelijk naar de verdoemenis helpt. Daar ben ik gek op.’

‘Ik deed de 150 Miljoen Jaren Maastrichtse Geschiedenis in maar tien minuten, en niet in vijf of in vijftien minuten, omdat met die ‘ten’ in het Engels de titel lekker klinkt. Heel poëtisch. Het rolt lekker van je tong. Maar óók tien minuten, omdat ik het publiek niet wil vervelen. Het overkomt mezelf maar al te vaak dat ik ergens naar iemands werk zit te kijken en te luisteren en dan denk: “Nou hoop ik toch dat je er snel een eind aan maakt, want nu wordt het wel héél vervelend”…’

‘Ik heb het stuk regelmatig voor Maastrichtse schoolklasjes uitgevoerd. Ook als bij zulke gelegenheden maar één van die kinderen geraakt wordt door wat ik doe, ben ik de gelukkigste mens van de wereld. De keren dat ik “150.000 Million Years of Maastricht’s History in Ten Minutes” voor kinderen deed, waren er altijd wel minstens twee die helemaal verkocht waren door het idee dat je kunst kon maken van geluid. En dat is dan iets dat hen altijd zal bijblijven.’

‘Op het einde van die voorstellingen voor Maastrichtse schoolkinderen stelde ik steeds de vraag of ik misschien iets was vergeten uit de geschiedenis van hun stad. Meestal werden ze dan muisstil en zeiden ze helemaal niks. Behalve één keer. Toen kreeg ik een antwoord van een jongetje dat voorzichtig zijn handje opstak en een beetje verontwaardigd zei: ‘Je bent MVV vergeten! Je had er het geluid van MVV in moeten stoppen!’

Interview door Harold Schellinx.

Reageren

Laat ons weten wat je denkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste, en plaats een reactie